Toeristenindustrie is lijdensweg!


Een ritje op de rug van een olifant wordt door toeristen gezien als een groots avontuur, maar voor de olifant is zo’n rit een lijdensweg. Wat voor leed aan een olifantenritje vooraf gaat weten de toeristen vaak niet.

Gebroken zielen in olifantenslavernij
De meeste olifanten die voor olifantenritten gebruikt worden, zijn doorgaans op jonge leeftijd in het wild ontvoerd, waarbij soms hele olifantenfamilies vermoord worden of getraumatiseerd achterblijven. De jonge olifanten worden dagenlang heel strak vastgebonden. Met dwangmiddelen, olifantenhaken en andere pijnlijke puntige voorwerpen worden de olifantjes getraind. Deze training is helaas niets anders dan een complete marteling, de ergste vorm van mishandeling. Naast het martelen krijgen ze ook zeer weinig voedsel om de olifanten afhankelijk te maken van de mens, maar vooral om de wil van de olifanten te breken zodat ze zich bijna als robotten, gelaten overgeven in hun gevangen bestaan. Na deze mishandelingen wordt het afgerichte olifantje levenslang aan het werk gezet. Het temmen van het olifantenjong is nog maar het begin van alle ellende voor de olifant. Het toerisme is een dagelijkse martelgang. Hoe sterk een olifant ook lijkt, hun rug is niet gebouwd voor het dragen van het gewicht van een bak en de passagiers, de rug van een olifant is heel kwetsbaar. De meeste olifanten die met een houten of ijzeren stellage op hun rug toeristen moeten dragen, kunnen na enige tijd nauwelijks meer lopen, door beschadiging van de rug wat leidt tot kreupelheid. Daarnaast leven de olifanten onder verschrikkelijke omstandigheden. Naast de dezelfde monotone rondjes die de olifant dag in dag uit loopt, is de olifant het merendeel van de dag en de nacht met kettingen vastgelegd aan een boom, een vreselijk bestaan!!!

Babyolifantjes als toeristische attractie
Er is maar weinig zo vertederend als een baby-olifant. Amper een meter hoog en ze kunnen al voetballen, basketballen en schilderen. Het zijn de absolute sterren van Thailand. In de straten van Bangkok en in de olifantenkampen. Een bijna onmisbare toeristische trekpleister. Zo ook voor de jaarlijks 100.000 Nederlanders die Thailand bezoeken. Een miljoenenindustrie die de Aziatisch olifant verder met uitsterven bedreigt.

Nadat de babyolifant is gevangen ondergaat het een zeer brute mishandeling. Het jong wordt vastgebonden, krijgt geen water of eten en wordt dagen achtereen met stokken geslagen. Dit om de geest van de olifant te breken. Regelmatig overlijd een jong aan de verwondingen, stress, ondervoeding
of van verdriet omdat het heeft gezien hoe haar familie voor haar ogen is vermoord. Na de mishandelingen wordt het jong door heel Thailand heen naar een olifantenkamp gebracht. Daar wordt het jong gekoppeld aan een moeder olifant. De suggestie wordt gewekt dat het jong in gevangenschap is geboren. In Thailand moet de geboorte van een olifant weliswaar worden aangegeven, maar dat mag nog tot 9 jaar na de geboorte. Er is dan allang niemand meer die vragen stelt over de herkomst van het dier. De Thaise overheid claimt dat het probleem is aangepakt en opgelost. Uit informatie van diverse beschermingsorganisaties en in het geheim gemaakte videobeelden blijkt dat de handel nog gewoon doorgaat.

Olifanten in het stadsleven
Olifanten in grote steden zoals Bangkok lijken haast bij het gewone stadsleven daar te horen. Voor de olifant is er niets minder waar dan dat. Het geluid van de miljoenen auto’s, motoren en tuktuk’s en het andere stadsgeluid bezorgt de olifant veel stress. Door het excellente gehoor komt het geluid veel harder binnen als bij ons mensen. Een olifant hoort ook via zijn poten. Er zitten honderden zenuwen in, waardoor ze soortgenoten op tientallen kilometers afstand kunnen ‘horen’. De trillingen van de stad zijn ondragelijk voor de olifant. Laat staan het dag in dag uit lopen op het harde asfalt.

De olifanten in gevangenschap krijgen te weinig jongen om de vraag bij te kunnen houden. Hierdoor worden jaarlijks circa 100 olifantenbaby’s uit de bossen van Birma gesmokkeld om de olifantenkampen te voorzien. Dat het lucratief is blijkt wel uit het feit dat olifantenkampen ruim 20.000 euro betalen voor een olifantje van een paar jaar oud. Er wordt geschat dat er voor het vangen van een baby-olifant, 3 tot 5 olifanten van het jong zijn familiegroep in koele bloeden wordt gedood. De bossen van Birma is nog een van de laatste plekken waar grote groepen olifanten in het wild voorkomen. Door de schaal van deze olifantenhandel loopt de populatie van nog circa 5.000 wilde olifanten in rap tempo terug. Het is zelfs de verwachting dat ze hier binnen tien jaar uitgestorven zijn. En dat voor niets anders dan het vermaak van toeristen.

Duistere werkelijkheid
Achter de glimlach van de toerist die poseert naast een olifant schuilt een duistere werkelijkheid van martelingen, smokkelen en doden van olifanten.
Een groeiende miljoenenindustrie waar corrupte lokale overheden graag een graantje van meepikken. Er zijn olifantenkampen die goed zorgen voor hun olifanten. Het merendeel zijn echter commercieel gedreven ondernemingen die de olifanten tegen elke prijs uitbuiten. Ze verdienen goud geld terwijl massa’s toeristen met de olifant op de foto gaan, lachen als ze met elkaar voetballen, een tochtje maken op hun rug of in onze buidel tasten om een met de slurf gemaakt verftekening te kopen. En hoe trots laten we na thuiskomst de foto’s ervan aan iedereen zien? ‘Wat zijn het toch een slimme dieren’ zeggen we er goedkeurend bij. Doe er niet aan mee!!!

Er zijn steeds meer reisorganisaties die hebben besloten om olifantritjes uit hun reisprogramma te schrappen.
Een hele positieve ontwikkeling! Kijk hier naar olifantvriendelijke reisorganisaties.

Hieronder een stukje film over het olifant-vriendelijke project ‘Pamper a Pachyderm’ in Thailand. Mede opgericht door Elephant Nature Park.