De tijd voor excuses is voorbij.

Elk jaar worden er meer dan 20.000 olifanten gedood in heel Afrika om illegale ivoormarkten te bevoorraden. Het aantal olifanten op het continent is gedaald van circa 5 miljoen een eeuw geleden, tot minder dan 450.000. Grotendeels als gevolg van stroperij.Gemiddeld worden er per dag tenminste 55 olifanten gedood door stropers, uitsluitend voor hun slagtanden. Dat is ongeveer een olifanten in elke 25 minuten. Vanwege zijn zwakke betrokkenheid bij het aanpassen van de wetgeving over dit onderwerp, helpt de Europese Unie de situatie bepaald niet aan een verbetering in deze situatie.

Een verbod op internationale handel in ‘nieuw’ ivoor werd overeengekomen in het kader van het VN-verdrag inzake de internationale handel in bedreigde diersoorten (CITES), toen Afrikaanse olifanten zich in 1989 bij hun Aziatische verwanten voegden. Helaas zijn de binnenlandse markten blijven floreren, aangewakkerd door twee CITES-goedgekeurde ‘eenmalige verkopen’ van ivoorvoorraden uit het zuiden van Afrika naar het Verre Oosten.

De afgelopen jaren is de internationale gemeenschap gaan beseffen dat het bestaan van legale binnenlandse ivoren markten de vraag naar ivoor stimuleert, de handhavingsinspanningen verzwakt en het witwassen vergemakkelijkt. Waardoor het illegale doden van olifanten juist wordt gestimuleerd en de inspanningen voor natuurbehoud worden ondermijnd.

Ivoorstropers en de ivoorhandel worden grotendeels gecoördineerd door geavanceerde criminele netwerken, wier activiteiten de rechtsstaat ondermijnen en een grote rol spelen in destabiliserende samenlevingen en economieën en ook leiden tot de verwoesting van populaties olifanten.

Tijdens de World Conservation Congress in 2016 heeft de Internationale Unie voor het behoud van de natuur (IUCN) een resolutie aangenomen, waarin wordt opgeroepen de binnenlandse markten voor olifantenivoor te sluiten. Kort daarna wijzigde CITES zijn eigen resolutie over handel in olifantensoorten met een oproep aan partijen om binnenlandse ivoormarkten te sluiten die bijdragen aan stroperij of illegale handel.

De VS en China, twee van ‘s werelds grootste markten voor ivoor, hebben beslissende maatregelen genomen en hebben de import, export en binnenlandse handel in de meeste ivoorproducten verboden. Hong Kong en Taiwan bevinden zich in verschillende stadia van het uitvoeren van verboden en Australië overweegt soortgelijke actie. Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel door het Britse parlement, dat niet alleen de handel in de meeste ivooritems van olifanten verbiedt (met beperkte en duidelijk afgebakende uitzonderingen voor bepaalde items, zoals antieke muziekinstrumenten en andere historische voorwerpen), maar ook de beperkingen op de handel in ivoor van andere soorten zoals nijlpaarden, narwallen en walrussen vergemakkelijkt.

Volgens de huidige EU-regels kunnen ‘bewerkte’ ivoren voorwerpen die vóór 1947 zijn vervaardigd, vrij worden verhandeld zonder een CITES-certificaat. Items gemaakt sinds 1947 (maar voordat CITES-beperkingen voor het eerst van kracht werden) kunnen ook worden verhandeld, maar hebben certificaten nodig. Als gevolg van deze lakse wetten heeft de EU het dubieuze onderscheid dat zij ‘s werelds grootste bron van handel in legale ivoorproducten is. Tussen 2006 en 2015 hebben de EU-lidstaten een uitvoer gemeld van 2.242 slagtanden, 44.551 ivoorproducten en meer dan 5 ton ivoor. Uitvoer uit de EU, vele bestemd voor het Verre Oosten, nam dramatisch toe tegen het einde van deze periode.

In 2017 gaf de Europese Commissie richtlijnen aan de lidstaten over hoe de huidige EU-regels inzake ivoorhandel moeten worden geïnterpreteerd. Later heeft het een openbare raadpleging gehouden, die bijna 90.000 reacties opleverde, waarvan de overgrote meerderheid voor een verbod is. Toch blijft de Commissie aarzelen, daarbij verwijzend naar het gebrek aan bewijs dat legale handel binnen en vanuit de EU daadwerkelijk enige invloed heeft op de olifanten.

Op 10 juli 2018 publiceerde de campagnegroep Avaaz de resultaten van haar analyse van 109 legaal aangekochte bewerkte ivooritems verkregen uit 10 EU-lidstaten. Radio-koolstof datering heeft duidelijk aangetoond dat driekwart van deze items in feite na 1975 waren en niet had mogen worden verhandeld onder de huidige regels zonder een officieel certificaat. Eén op de vijf items was afkomstig van olifanten die in de jaren 90 en 2000 van de vorige eeuw in leven waren en helemaal niet hadden mogen worden verhandeld.

Hoewel deze analyse een beperkt aantal items betrof, toont het niettemin duidelijk aan dat de ineffectieve wetten van de EU, verre van alomvattend en goed gehandhaafd, worden gebruikt om ‘nieuw’ ivoor in de commerciële handel te witwassen. Te midden van de groeiende internationale erkenning dat uitgebreide maatregelen op mondiaal niveau essentieel zijn om een eind te maken aan alle legale handel in ivoor, om olifanten te beschermen en ondanks de smeekbeden van de meeste Afrikaanse landen met olifanten, dreigt de onbuigzame houding van de EU alle internationale inspanningen te ondermijnen.

De Europese Commissie en de lidstaten moeten accepteren dat een officieel en algeheel verbod de enige methode is om olifanten voor uitsterven te behoeden. De meeste Afrikaanse landen met olifanten hebben de EU formeel opgeroepen om ivoorhandel helemaal te verbieden. De overgrote meerderheid van het Europese publiek wil een verbod. Alle bewijzen zijn er om een dergelijke actie te ondersteunen. Snelle en beslissende daadkracht is nodig als de EU internationale geloofwaardigheid met betrekking tot deze essentiële kwestie wil behouden.

De tijd voor excuses is voorbij. Het is tijd voor concrete daadkracht.