Palmolie plantages bedreigen voortbestaan olifanten.

Op een palmolieplantage in Borneo, in de Maleisische staat Sabah, loopt een kleine kudde olifanten door een verlaten en onteerd landschap. De vier bleven angstvallig dicht bij elkaar op zoek naar enige beschutting, terwijl zij omringd waren door een door de mens veroorzaakte woestenij.

Veel mensen weten niet dat olifanten in Borneo ernstig worden bedreigd. De bossen waarin zij al generaties leven worden steeds meer vernietigd om plaats te maken voor palmolieplantage. In een krimpend leefgebied wordt het voor de olifanten steeds moeilijker om te overleven. Wanneer er over de beschermingsmaatregelen op Borneo wordt gesproken, richten mensen zich vaak alleen op orang-oetans, het lot van de Borneose olifanten wordt vergeten.

Olifanten op zoek naar voedsel en water komen in hun strijd om te overleven vaak op de palmolieplantages terecht. Werknemers beschouwen de dieren als een plaag en nemen hun toevlucht tot drastische maatregelen om ze te verjagen om de plantage te beschermen.

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen als het gaat om de bescherming van olifanten en plantages tegelijk. Sommige organisaties in Borneo doen zeer goed werk zoals de Wildlife Rescue Unit en het Danau Girang Field Centre, een wetenschappelijk onderzoekscentrum.

Palmolie zit o.a. in zeep en cosmetica en is verwerkt in voedsel. De productie van de olie heeft veel Maleisische boeren uit de armoede geholpen, aangezien de teelt van de plant in de jaren zestig snel toenam. De economische situatie in Maleisië betekent dat palmolieproductie niet snel zal verdwijnen, omdat het in zulke grote hoeveelheden wordt geëxporteerd. De Maleisische Palmolie Raad rapporteert dat het land goed is voor 39% van de wereldproductie van palmolie en 44% van de werelduitvoer. Het voortbestaan van olifanten op Borneo hangt hiermee aan een zijden draadje.

Fotografie: Aaron Bertie Gekoski