Regering Botswana ontkent massale sterfte olifanten

De regering van Botswana is met een officiële verklaring gekomen als reactie op het schokkende nieuws dat er onlangs 87 olifanten in het land zijn gedood. Dit tragische nieuws was naar buiten gebracht door de beschermingsorganisatie Elephants Without Borders (EWB), die momenteel uitgebreid onderzoek doet naar de sterfgevallen. De regering beschreef de rapporten van EWB als ongefundeerd en misleidend en ontkent stellig alles wat in de rapporten staat beschreven. Volgens de regering zijn er nergens in de laatste maanden of recentelijk 87 olifanten gedood in Botswana. De regering van Botswana gaat hierbij volledig voorbij aan het feit dat er luchtfoto’s van de vermoordde olifanten zijn gemaakt. Volgens de Botswaanse verklaring was EWB door de regering was gecontracteerd, om de leefomstandigheden van de wilde dieren in de nationale parken in kaart te brengen tijdens het droge seizoen. Dit werd gedaan door het maken van luchtfoto’s van olifanten en dieren in het wild in het noorden van Botswana: Chobe, Okavango, Ngamiland en het Noord-Centraal District.

Een regeringswoordvoorder verklaarde dat EWB slechts 53 gevallen van olifantskarkassen officieel aan de overheid had gemeld. Volgens hem betrof dit incidenten die in juli en augustus hadden plaatsgevonden. Van deze 53 gerapporteerde gevallen werd tijdens een verificatiemissie, in opdracht van de regering, tussen juli en augustus vastgesteld dat de meerderheid niet was gestroopt, maar was gestorven zouden zijn aan natuurlijke oorzaken en als gevolg van mens-dierconflicten. Hij kon niet aangeven welke ’natuurlijke oorzaken’ en welke mens-olifant-conflicten of een olifant vermoorden om zijn ivoren slagtanden te bemachtigen, zou als “mens-olifant-conflict” aangemerkt moeten worden. Ook kon hij geen verklaring geven dat deze dode olifanten allemaal op dezelfde plek aangetroffen waren. Het lijkt er sterk op dat de regering van Botswana probeert deze vreselijke gebeurtenis te bagataliseren en haar straatje schoon probeert te vegen, door een zeer ongeloofwaardige uitleg te geven aan wat er kort geleden gebeurd is.

Volgens de verklaring ontkent de regering dat de toename van het stropen van olifanten voornamelijk te wijten zou zijn aan de ontwapening van de anti-stropersbrigade van het Department of Wildlife and National Parks (DWNP). Volgens de regeringsverklaring heeft de ontwapening van de anti-stropersbrigade op geen enkele manier negatieve invloed op de effectiviteit, uitvoering en resultaten van de anti-stroperij operaties. De anti-stropersbrigade zou nog steeds een centrale rol in de bestrijding van criminaliteit vervullen, zoals stroperij in de nationale parken, door middel van strategische interventies. Bovendien zou het terugtrekken van wapens van DWNP in overeenstemming zijn met de bestaande wetgeving, die het Department of Wildlife and National Parks niet toestaat dergelijke wapens te bezitten. Ook dit is zeer ongeloofwaardig, omdat de criminele bendes, die voor het vermoorden van de olifanten verantwoordelijk zijn, over de modernste wapens beschikken en in vrijwel alle Afrikaanse landen de anti-stropersbrigade bewapend zijn. Ongewapende leden van een anti-stropersbrigade worden zonder meer overhoop geschoten.

De regering van Botswana probeert door een misleidende verklaring een verkeerd beeld te schetsen van hetgeen er momenteel in Botswana gebeurt. Als de regering van Botswana de wilde dieren in hun land als nationaal erfgoed beschouwen, dan zullen zij dit erfgoed ten alle tijden met alle juiste middelen moeten blijven beschermen. Het ontwapening van de anti-stropersbrigade staat daar haaks op, evenals het voornemen om het jachtverbod af te schaffen.